De CV (commanditaire vennootschap) met één beherend vennoot. Een gevaarlijke constructie ?

Door Jonathan Barth op 1 mei 2015

Vele beleggingen, veelal in duurdere objecten, worden aangeboden middels een CV-constructie (commanditaire vennootschap). Denk aan de scheepvaart CV’s of groene beleggingen in windmolens. En met die constructies is niets mis. De CV is fiscaal transparant, zodat de belegger fiscale voordelen als ondernemer kan genieten. Verder is de CV flexibel: de samenwerking kan op vrijwel iedere manier worden vormgegeven. En de “stille” vennoten zijn beperkt aansprakelijk; zij hoeven slechts voor hun inleg te vrezen als de investering slecht afloopt.

Voor juristen, en vooral notarissen, is de CV toch vooral ook denkwerk. Daarbij speelt vaak de vraag wie nu formeel eigenaar is van de goederen van een CV. De CV is immers geen rechtspersoon zoals een BV, zodat deze niet als vanzelfsprekend ook zelf de juridische eigenaar kan zijn van een schip of van een windmolen. Om dit op te lossen werd jarenlang, in ieder geval tot 2003, een wat vreemde figuur gebruikt. De juridische eigendom van goederen lag niet zozeer bij de CV zelf, als wel bij de beherend venno(o)t(en). En daarbij werd vervolgens een eigenaardige nuance gemaakt: als de CV slechts één beherend vennoot had, werden die goederen niet beschouwd als een afgescheiden vermogen ten behoeve van de CV maar werden deze goederen volledig gerekend tot het juridische vermogen van de beherend vennoot. Populair gezegd: er was geen onderscheid tussen de linker of de rechter broekzak van de beherend vennoot. Het gevolg: als de beherend vennoot failliet gaat, zijn alle activa voor de curator.
Als u dit allemaal wat abstract vindt klinken, bedenk dan eens dat u belegger bent. U legt als stille vennoot een fors bedrag in bij een CV, die volgens de prospectus een windmolen gaat aankopen en exploiteren. De initiatiefnemer – die tevens beherend vennoot is – koopt een windmolen van het opgehaalde geld. Alles is keurig bij de notaris geweest. Deze windmolen gaat ook daadwerkelijk draaien, maar helaas … de beherende vennoot besteedt de behaalde omzet aan tripjes naar Brazilië, fijne diners, dure auto’s en andere leuke dingen. Daarna blijkt dat de beherende vennoot nog wel meer op zijn kerfstok heeft, en hij gaat failliet. Geen ramp, denkt u. De CV is niet failliet en die heeft nog een kostbare windmolen. Dan is de belegger misschien de omzet van de afgelopen periode kwijt, maar de inleg is redelijk veilig. Helaas, helaas … de curator van de beherende vennoot verkoopt de windmolen en hij claimt de opbrengst. De CV, en daarmee de beleggers, staan met lege handen.

Dit was exact de situatie die heeft geleid tot aansprakelijkstelling van de betreffende notaris. Volgens de beleggers had deze notaris erop moeten toezien dat de eigendom van de windmolen ook daadwerkelijk bij de CV terecht zou komen, of dan in ieder geval niet enkel in het vermogen van de beherende vennoot. De rechtbank volgt de beleggers in deze redenering en veroordeelt de notaris omdat deze niet goed heeft opgelet bij het toepassen van deze “juridisch gevaarlijke constructie”. De rechtbank bespreekt daarbij uitgebreid alle jurisprudentie en wetenschappelijke artikelen die hierover zijn verschenen, tot en met 1993.

Dat is vreemd. Waarom alleen de jurisprudentie tot 1993 ? Waarom heeft de rechtbank het arrest van de Hoge Raad d.d. 14 maart 2003, NJ 2003/327, niet genoemd in haar overwegingen ? Daarin was de Hoge Raad immers expliciet teruggekomen op de hierboven beschreven juridische figuur. De Hoge Raad heeft immers al in 2003 uitgemaakt dat de CV met één beherend vennoot juist wél een afgescheiden vermogen heeft, en dat deze dus – als zodanig – drager is van rechten en plichten. Helaas voor de curator en mooi voor de belegger. De CV is eigenaar van de windmolen en de beleggers kunnen, na de zeperd, hun verlies beperken.

De rechtbank zat dus op dit onderdeel ernaast, en de notaris heeft hoger beroep ingesteld. De notaris wilde van deze veroordeling af. Navraag leerde echter dat deze zaak niet langer speelt en dat het nooit tot een arrest is gekomen; waarschijnlijk zijn partijen tot een schikking gekomen. Dat is dan toch een gemiste kans om het oordeel dat sprake is van een “juridisch gevaarlijke constructie” van tafel te krijgen. Gezien het arrest van de Hoge Raad, valt het immers wel mee met dat gevaar …

Naschrift ten behoeve van notarissen. De tekst van de leveringsakte zal uiteindelijk doorslaggevend blijken. Deze leveringsakte is immers uiteindelijk bepalend voor het antwoord op de vraag wie de eigendom van de betreffende zaken heeft verkregen. Het is van belang om de diverse posities goed uit te werken in de leverings- en hypotheekakte.