Het recht op vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandsverzekeringen; hoe zit dat nu eigenlijk?

Door Maarten Hilberdink op 25 juni 2015

Het recht op vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandsverzekeringen; hoe zit dat nu eigenlijk?

Rechtsbijstandverzekeringen bieden in hun polissen soms vrije advocaatkeuze aan, maar vaker wordt aangegeven dat de rechtsbijstand wordt verleend door een door de verzekeraar aan te wijzen rechtsbijstandverlener. Aan het Hof van Justitie in Straatsburg is de vraag voorgelegd of het beperken van het recht van vrije advocaatkeuze is toegestaan, gelet op de Richtlijn 87/334 dat in artikel 4 de vrije advocaatkeuze van de verzekeringnemer garandeert.

ECLI: EU:C:2013:717

In haar arrest van 7 november 2013 heeft het Hof van Justitie bepaald, -kort gezegd- dat een beding dat een verzekerde beperkt in de keuze om bij een procedure een advocaat in te schakelen ongeldig is. Dat betekent dat het beding dat bepaalt dat de rechtsbijstandsverzekering een externe (door de verzekerde zelf gekozen) rechtsbijstandsverlener alleen vergoed als de verzekeraar besluit dat de uitbesteding aan een externe rechtshulpverlener noodzakelijk is, ongeldig is. De Richtlijn heeft als doelstelling verzekerden te beschermen. (Arrest van 7 november 2013, zaaknummer c-442/12, ECLI: EU:C:2013:717) De verzekerde is daarom gelet op de Richtlijn vrij om zelf een advocaat of andere persoon te kiezen om hem of haar in de procedure bij te staan. De verzekeraar mag wel een beperking vaststellen in het verzekerde budget. De Hoge Raad heeft dit oordeel overgenomen in haar uitspraak van 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:396.

ECLI:NL:HR:2014:2901

Vervolgens heeft de Hoge Raad in haar uitspraak van 3 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2901) aan het Hof van Justitie de vraag voorgelegd of ook een administratieve procedure, niet ten overstaan van een rechterlijke instantie, zoals het voeren van een procedure bij het UWV, onder het bereik van de richtlijn 87/344/EEG valt. De Hoge Raad overweegt daarbij dat in de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn aanwijzingen kunnen worden gevonden dat de opstellers van de richtlijn hebben beoogd om onderscheid te maken tussen de buitengerechtelijke (pre-processuele) fase en de gerechtelijke (processuele) fase van een geschil, om alleen de tweede fase onder het bereik van de richtlijn te brengen. Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat de wijze waarop andere lidstaten de richtlijn hebben omgezet, aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat het woord “procedure” alleen ziet op procedures ten overstaan van een rechterlijke instantie. Het antwoord van het Hof van Justitie op deze vragen wordt nu afgewacht.

Vanwege deze uitspraken passen rechtsbijstandsverzekeraars op dit moment de verzekeringsvoorwaarden aan.

Wat betekenen deze uitspraken voor u als rechtsbijstandsverzekerde?

Om te beginnen is belangrijk om te weten wat er eigenlijk in uw polis staat. Afhankelijk van de polisvoorwaarden, stellen rechtsbijstandsverzekeraars zich vaak op het standpunt dat totdat er sprake is van een gerechtelijke procedure, de rechtsbijstand in natura en daarmee door eigen medewerkers van de rechtsbijstandverzekering, of door hen aangewezen personen, mag worden verleend. Dit betekent dat de rechtsbijstandsverzekeraar de verzekerde zelf kan bijstaan totdat er sprake is van een procedure. Er is dan –voorlopig- nog geen recht op vrije advocaatkeuze tenzij anders is overeengekomen.

Een onafhankelijke advocaat kan in deze fase van het geschil wel een adviserende rol spelen totdat sprake is van een procedure. Die zelfgekozen bijstand wordt dan niet vergoed door de verzekering.

Als het komt tot een procedure mag de rechtsbijstandsverzekering het verzoek om een zelfgekozen advocaat in te schakelen niet weigeren. Wel is van groot belang dat aan de rechtsbijstandsverzekeraar wordt verzocht om een externe partij in te schakelen, voordat dit wordt gedaan. Anders kan de rechtsbijstandsverzekeraar alsnog weigeren de kosten te betalen.

U kunt de bovengenoemde uitspraken hier inzien:

HR 3 oktober 2014

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:2901

HvJ 7 november 2013

http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=144208&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=484512

HR 21 februari 2014

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:396